De deeleconomie is aan een enorme opmars bezig, aangedreven door succesverhalen als Uber, Airbnb, BlaBlaCar en anderen. Waar moet u als ondernemer op letten als u hier mee aan de slag wil gaan? CEO Alexander Van Laer van het Antwerpse FLAVR geeft tips. 

Platform voor hobbykoks

FLAVR is een Belgisch platform waarop hobbykoks maaltijden kunnen verkopen aan hongerigen die bij hen in de buurt wonen. De website is dit jaar gelanceerd. “Het idee is uit een persoonlijke frustratie geboren”, lacht medeoprichter Alexander Van Laer. “Ik werkte vroeger als management consultant bij Accenture in Brussel. Als ik ’s avonds in Antwerpen thuiskwam, had ik vaak geen zin meer om te koken. Het was dan meestal kiezen tussen fast food of meteen op restaurant gaan. Met FLAVR willen we een alternatief bieden: lekkere en gezonde maaltijden van hobbychefs aan democratische prijzen.” 

Flexibiliteit als pluspunt

De platform-economie biedt voor die chefs heel wat voordelen, zegt Van Laer en de flexibiliteit is daar een van de belangrijkste van. “Het geeft mensen opnieuw controle over hun leven. Werken wanneer u wilt, op de manier dat u zelf wilt, dat is een ideaal dat velen nastreven en dat nu kan. Op maandag koken voor FLAVR, op woensdag met een Uber-auto rondrijden en vrijdags uw huis verhuren met AirBnB. Dat heeft ook een maatschappelijk voordeel: u helpt mensen bij het ondernemerschap. Onze chefs hebben vaak al een job overdag en door ’s avonds wat extra te koken, kunnen ze een cent bijverdienen. Dat geld vloeit dan weer terug naar de economie en zorgt voor vooruitgang. Ook mensen die werkzoekend zijn, kunnen zich eraan optrekken.”

Last but not least, zorgt deze manier van werken ook voor sociale cohesie, stipt van Laer aan. “We zitten allemaal uren achter onze computer of smartphone te tokkelen, maar FLAVR brengt ook mensen écht met elkaar in contact. Men leert opnieuw zijn buren kennen.” 

Deelpatform vs. gewoon bedrijf

FLAVR zelf werkt puur als intermediair of enabler, het heeft zelf geen koks in dienst en verdient geld door een kleine fee aan te rekenen op elke verkochte maaltijd. Mogen we dan stellen dat dit een “gemakkelijke” vorm van ondernemerschap is? Van Laer vindt van niet: “Het klopt inderdaad dat wij zelf geen koks op de loonlijst hebben staan, maar voor de rest verschilt het oprichten van een webplatform niet zo veel van het oprichten van een gewone onderneming. U moet langs gaan bij de notaris, u moet in orde zijn met RSZ en btw, maar evengoed ook ontwikkelaars en salesmensen in dienst nemen. Bovendien hebben we ook eigen uitdagingen. Deelplatformen zijn vaak een two sided market: wij moeten zowel vraag als aanbod verzorgen en zowel koks als “hongerigen” aantrekken. We moeten onze marketing dus eigenlijk maal twee doen. Het faciliteren van onze dienst is ook allesbehalve eenvoudig. We moeten zorgen dat onze koks en hun klanten onder mekaar zaken kunnen doen in alle vertrouwen. Dat wil zeggen dat veggies bijvoorbeeld zo weinig mogelijk vleesgerechten willen voorbij zien komen. Of dat het aanbod aan koks min of meer afgestemd is op de plaats waar de klanten wonen.”

Wetgeving en deeleconomie

“Een punt waarop België in vergelijking met veel andere landen achterophinkt, is nog wel het juridisch kader”, aldus de CEO. “Hoewel hier verbetering zichtbaar is. Voor onze gebruikers is het bijvoorbeeld soms niet evident om hun extra inkomsten aan te geven. Hoe moet dat en welke belastingen worden erop geheven? Gelukkig is er nu een wetsvoorstel om dit soort inkomsten tot 5.000 euro forfaitair te belasten aan 10%, maar die wet moet nog gestemd worden en uiteraard is er ook de vraag: wat na die 5.000 euro? De administratieve procedures zouden hier veel eenvoudiger en transparanter kunnen.” 

Ook qua wetgeving op voedselveiligheid zijn er nog uitdagingen. “Nu zijn die wetten heel erg toegespitst op professionele keukens”, legt Van Laer uit. “Bijvoorbeeld: er moeten minstens twee deuren zitten tussen de keuken en het toilet om de hygiëne te garanderen. Maar in mijn eigen appartement is dat bijvoorbeeld al niet het geval. Ik woon in één grote ruimte en die mag dan wel zéér proper zijn, naar de letter van de wet ben ik in overtreding. Over zulke zaken zijn we nu met het FAVV (Federaal Agentschap van de Voedselveiligheid) aan het praten. We controleren trouwens ook zelf onze chefs met steekproeven en coachen hen in alles wat voedselveiligheid betreft, omdat zoiets natuurlijk een prioritair aandachtspunt is.”

Wat de toekomst betreft, ziet Van Laer een internationale expansie weggelegd voor FLAVR.  “We willen eerst een sterke case uitbouwen in Antwerpen, maar dan snel verder groeien in de rest van België en ook in het buitenland”, zegt hij. “Wanneer je snel schaalgrootte moet aanmaken, kan dat alleen als we over de grens trekken.” 

Alexander Van Laer

Alexander Van Laer (24) ging na zijn studies Handelswetenschappen aan de KUL aan de slag als management consultant bij Accenture. Daar leerde hij de twee collega’s kennen met wie hij later FLAVR zou oprichten. Alexander houdt zelf veel van koken, maar door zijn drukke dagen blijft daar te weinig tijd voor over. Af en toe biedt hij zijn maaltijden wel aan via FLAVR.  

Verzend