Ondernemers: je ziet ze regelmatig in de media opduiken, en dan vooral zij die het gemaakt hebben. Het draagt bij tot de romantiek en het aura van succes dat veel mensen met hen associëren. Wat niet altijd even duidelijk naar voren komt, is dat ondernemen vaak een verhaal van proberen is, van vallen en opstaan, hard werken, aan je concept schaven en opnieuw beginnen… Of het gewoon volledig over een andere boeg gooien. Véronique Leysen, in een vorig leven jeugdidool bij Ketnet en nu de vrouw achter de Maurice-koffiebars en het gelijknamige breigoedmerk, doet haar verhaal.

Van Ketnet naar koffiebar

Ondanks haar nog steeds jonge leeftijd heeft Véronique Leysen er al een uitgebreide carrière opzitten: in haar tienerjaren speelde ze mee in verschillende theaterproducties, en op haar 16e begon ze bij Ketnet, waar ze meespeelde in Spring en Amika en daarnaast ook ‘wrapster’ en frontvrouw van de Ketnetband was. Bovendien studeerde ze ook nog, en was ze actief als freelancejournaliste. Eerder toevallig rolde ze in het ondernemerschap. 

“Bij Ketnet moest ik veel wachten tussen de verschillende scènes door. Om me bezig te houden, ben ik dan maar beginnen breien: mutsen en sjaals, waarvan ik er op den duur zo veel had dat ik ze gewoon uitdeelde. Ik zag zo dat er wel een markt was voor handgemaakt breigoed, en ben mijn creaties dan beginnen verkopen onder de naam Maurice, naar mijn opa. Omdat ik de vraag niet kon volgen, besloot ik samen te werken met een aantal omaatjes die graag breiden. Heel leuk, maar tegelijk ook heel moeilijk: sommigen breien losser, anderen strakker, soms hadden ze geen zin of vonden ze het model niet mooi, waarop ze besloten het dan zelf maar wat aan te passen… Een heel deel van de productie was daardoor onbruikbaar. Bijkomende moeilijkheid: breigoed is een uitgesproken winterproduct, en de helft van het jaar waren er dus gewoon geen inkomsten."

Kansen grijpen

“Dat was een probleem: ondertussen was ik gestopt bij Ketnet, en dus moest ik iets doen om het hele jaar rond te komen. In die periode kwam het handelspand onder ons appartement toevallig vrij. Ik besloot de kans te grijpen en er een koffiebar te openen, met Maurice als kapstok. Dat was initieel een verademing: anders dan bij kledij, waarbij je eerst moet investeren in dure grondstoffen en pas veel later bij de verkoop je geld ziet, kreeg ik hier meteen inkomsten binnen – ook al was dat maar 300 euro per dag. Toen ik de kans kreeg om een tweede koffiebar te openen in de Antwerpse Boerentoren heb ik dan ook niet getwijfeld. Plots moest ik geen 20 klanten bedienen, maar 150”. 

Die uitbreiding bracht heel wat nieuwe uitdagingen met zich mee. “Mensen aanwerven en opleiden voor de koffie en de keuken, hen inzetten volgens hun kwaliteiten om het beste in iedereen naar boven te halen, de inrichting verzorgen, erop toezien dat klanten goed bediend worden, workshops organiseren om een echte Maurice-community te creëren, bij problemen van de ene bar naar de andere lopen, na de uren nog de administratie doen… Ook al leid je je team nog zo goed op: het is heel zwaar om twee koffiebars tegelijk te runnen en zelf alles op te volgen. Bovendien zit je in koffiebars met een dagpubliek, en dat is toch anders: het is meer een professioneel publiek dat langskomt voor een werklunch, ze zijn gestresseerd en veeleisender, minder toegeeflijk. Als mensen ’s avonds op café gaan doen ze dat om zich te ontspannen en zijn ze losser en dus milder.”

Geen tegenslagen maar opportuniteiten

Na vier jaar kwam er plots een eind aan de tweede bar: er zat asbest in de boerentoren, en dus moest Maurice toe. “Dat was een klap: net toen ik alles in de vingers had en klaar was om het concept op te schalen, moest ik ermee ophouden. Ik had dus geen andere keuze dan terug te plooien op de eerste Maurice-bar. Maar die was door haar kleinschaligheid niet winstgevend: ondanks de hype die rond koffiebars hing en het feit dat de zaak vol zat, zijn 20 koffiedrinkers gewoon niet genoeg om uit de kosten te komen: je moet huur betalen, personeel, materialen… Bovendien kan je je het financieel niet permitteren om in het weekend een dag te sluiten, want dat zijn je topdagen: een gezinsleven is dus allesbehalve evident, wat zeker als mama erg zwaar is.”

“De hele ervaring rond koffie mag dan wel charmant en gezellig zijn, met het geluid van de molen, de verse geur en de mooie figuurtjes in je cappuccino, het is ook heel arbeidsintensief: koffie malen, de houder aanstampen en afspoelen, manueel melk opschuimen… Dat is niet rendabel. Je kan natuurlijk ook alles met een volautomatische machine doen, maar om dezelfde kwaliteit te behouden, zit je algauw aan een machine van een paar tienduizend euro. Dat was voor mij ook geen optie, en dus moest ik iets anders zien te vinden.”

Uiteindelijk besloot Leysen daarom de omslag te maken naar een brunch- en lunchbar. “Of mensen nu een koffie drinken voor 3 euro of een slaatje eten voor 15 euro: ze zitten er even lang.” Daarnaast bracht ze ook een boek uit met alle recepten uit de Maurice-keuken, en ging ze voor de breicollectie ook met modeketen ZEB praten. “Dat voelde een beetje als mijn ziel verkopen. Toch gingen we de samenwerking aan: ik deed het ontwerp en bleef de volledige controle behouden over het merk en de identiteit, zij zorgden voor de productie en de verdeling. Zo kon ik een veel groter en ook ander publiek bereiken, terwijl het merk toch zijn eigenheid bleef behouden: in die zin was het een droomsamenwerking, hoe onwaarschijnlijk dat eerst ook leek.”

Aanpassen om te overleven

In de toekomst wil ze zich vooral toeleggen op consultancy rond interieurvormgeving en branding: “Dat is wat ik het liefste doe, en waarvoor ik ook vaak gevraagd word. Voor de Maurice-bar ben ik op zoek naar iemand die de zaak in franchise wilt overnemen. Binnenkort gaat er in Antwerpen ook een grotere Maurice open in samenwerking met Dille&Kamille, andere franchises staan gepland in Eindhoven, Hasselt en Luik. De eerste maanden plan ik nog mee te draaien en de mensen mee op te leiden, daarna geef ik het roer uit handen.” 

De belangrijkste les die Leysen totnogtoe trok uit haar ondernemersavontuur? “Niet bij de pakken blijven zitten als het even niet meezit, maar in elke tegenslag een nieuwe kans zien, en opportuniteiten grijpen als ze zich voordoen – of ze zelf creëren. Doe je dat niet, dan overleef je niet.”

Véronique Leysen

Véronique Leysen studeerde, na een opleiding in het kunstonderwijs, journalistiek en criminologie. Ze werkte ongeveer 10 jaar voor de VRT, waar ze actrice en ‘wrapster’ (presentatrice) was bij jongerenzender Ketnet. In 2013 opende ze koffiebar Maurice in Antwerpen, later volgden ook boeken en een breigoedcollectie onder dezelfde naam. In de toekomst plant ze zich toe te leggen op consultancy rond interieurvormgeving en branding.