Elke onderneming moet belastingen betalen, daar valt niet aan te ontsnappen. De hoogte van die belastingen kunt u, in zekere mate, wel mee zelf bepalen. Dat doet u door er bijvoorbeeld voor te zorgen dat uw belastbare basis niet te hoog ligt. Professor Herman De Cnijf, directeur van de Fiscale Hogeschool in Brussel, geeft tips en tricks.

Voor we ingaan op hoe we de belastbare basis onder controle kunnen houden, is het misschien goed om eerst uit te leggen wat die belastbare basis precies is. Professor De Cnijf: “De belastbare basis is alles wat u als onderneming ontvangt (omzetten en eenmalige inkomsten, zoals de verkoop van een gebouw bijvoorbeeld) min de beroepsmatige uitgaven. Dit getal is de maatstaf voor de fiscus om uw belasting te berekenen. Hoe lager dit ligt, hoe minder u verschuldigd bent.” Het komt er, met andere woorden, dus op aan om die beroepsmatige uitgaven zoveel mogelijk te benutten.

Auto en transport

Een zo’n klassieke post die prominent bij die beroepsmatige uitgaven te vinden is, is ongetwijfeld transport en de auto. “De aftrek die u mag doen voor uw wagen hangt af van zijn CO2-uitstoot”, zegt De Cnijf. “Hoe minder uitstoot, hoe meer u de auto mag inbrengen. In dat opzicht is het interessant om voor een elektrische wagen te kiezen, die mag u voor 120% aftrekken, dus voor meer dan wat hij gekost heeft. Datzelfde geldt trouwens ook voor fietsen, en niet alleen elektrische fietsen. Ook de bijkomende kosten en toebehoren mogen voor 120% afgeschreven worden. Als u een sportieve ondernemer bent die graag met de tweewieler naar kantoor komt, weet u dus wat doen (lacht).”

Ook tickets van andere transportmiddelen, zoals de trein, de tram en de bus, kunnen volledig afgetrokken worden, dat weten de meeste ondernemers wel. Wat al eens uit het oog wordt verloren, zijn de bijkomende kosten die gelieerd zijn aan de auto. “Dat brandstof (deels) aftrekbaar is, is ook algemeen geweten, maar dat geldt ook voor parkingtickets, tolgelden, het alarmsysteem, de gsm-carkit en zelfs de car wash”, zegt professor De Cnijf. “Op zich zijn het vaak geen gigantische sommen, maar allemaal samengeteld maken ze wel degelijk iets uit.” 

Buitenlandse vergoeding

Nog een post die minder bekend is: wie vaak in het buitenland vertoeft, mag zichzelf daarvoor een bepaalde belastingvrije vergoeding uitkeren en ook die is volledig aftrekbaar. “De tarieven daarvoor zijn gebaseerd op basis van wat de ambtenaren van Buitenlandse Zaken krijgen”, zegt professor De Cnijf. “Het schommelt naargelang het land tussen de 35 en 105 euro per dag. Parijs is 95 euro, dus stel dat u twee dagen per maand in de Franse hoofdstad verblijft, dan maakt dat een 2.280 euro per jaar. Dat is al de moeite.” 

Investeringsaftrek

Daarnaast heeft de overheid ook bepaalde aftrekken voorzien voor investeringen, voornamelijk voor kleine en zeer kleine ondernemingen. “Het gaat om alle investeringen die voor de beroepswerkzaamheid worden gebruikt”, legt professor De Cnijf uit. “Acht procent van dat bedrag mag u in mindering brengen van de belastbare basis. Voor investeringen in digitale veiligheid (antivirussoftware, een firewall,…) ligt dat zelfs nog hoger, namelijk 13,5%.” 

Pensioensparen

Als laatste wijst professor De Cnijf op het belang van pensioensparen. Niet alleen zorgt u hiermee voor een spaarpotje voor later, ook fiscaal is dit zeer interessant. “Zeker het VAPZ of Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen is een te overwegen formule”, zegt hij, “of het aanleggen van een bijkomende interne pensioenbelofte. Het is mogelijk de premies door de vennootschap te laten betalen, en deze zijn aftrekbaar als beroepskost. Twee voorwaarden hierbij wel: het contract moet bij een externe verzekeringsmaatschappij onderschreven worden en de bijkomende pensioenuitkering mag maximum 80% van de laatste normale bezoldiging bedragen.” 

Bewijskracht

Als we het over belastingaftrek hebben, moeten we uiteraard ook nog even het belang van een deugdelijke bewijsvoering aanstippen. Het principe hier is eenvoudig, zegt professor De Cnijf. “Bij de controle van een correcte, tijdige aangifte moet de fiscus een wijziging van de omzet bewijzen en de ondernemer zijn kosten. Dan is het aan de fiscus, indien ze de kost wil verwerpen, om te bewijzen dat deze niet correct was. Voor de bewijsvoering mogen diverse documenten gebruikt worden. Een factuur, maar ook een betalingsbewijs. Als u dus geen factuur kan voorleggen, volstaat meestal ook een betalingsbewijs, daar is al heel wat jurisprudentie over.”

Ook goed om te weten: de fiscus mag geen oordeel vellen over de waarde van de investering. “Stel dat u voor uw werk een boekentas nodig heeft: u mag daarvoor een exemplaar kopen van 49 euro uit de supermarkt, maar het staat u evenzeer vrij om een Delvaux aan te schaffen van 4.900 euro. Of dat laatste absoluut nodig is, is uiteraard een andere zaak (lacht).”

Waarschuwing

Tot slot nog een waarschuwing… Alle zaken die we in deze tekst aanhaalden, zijn basisprincipes. De kans bestaat dat ze op uw persoonlijke situatie van toepassing zijn, maar helemaal zeker is dat niet altijd. “Fiscaliteit is bij uitstek een discipline waar heel veel uitzonderingen, uitzonderingen op de uitzonderingen, tijdelijke maatregelen en maatregelen voor bepaalde doelgroepen worden gehanteerd”, lacht de professor. “Bent u van plan om bepaalde aftrekken te doen, praat dit dan zeker eerst even door met uw accountant of belastingconsulent. Zo bent u zeker dat u geen zaken aan het doen bent waar de belastingcontroleur later de wenkbrauwen bij fronst.” 

herman de cnijf

Herman De Cnijf

Herman De Cnijf is directeur van de Fiscale Hogeschool in Brussel en doceert het vak Rechtspersonenbelasting. Hij is eveneens gastdocent aan EMS, de Odisee Hogeschool te Brussel en gewaardeerd spreker op seminaries. Hij is erkend accountant-belastingconsulent en auteur en hoofdredacteur van verschillende boeken over het fiscaal recht.

Verzend