Om uw onderneming in de huidige markt te handhaven en u te onderscheiden van uw concurrenten is innovatie onontbeerlijk, daar is iedereen het over eens. Steeds meer ondernemingen pakken die innovatie niet meer alleen aan: grote en kleine bedrijven (vooral in de techsector) gaan met elkaar in zee. Wat hebben ze elkaar te bieden? En wat zijn de valkuilen van zulke partnerships? Wim De Waele, CEO van B-Hive, legt uit.

Samen innoveren

Grote ondernemingen die met plezier hun R&D-labs openstellen om start-ups hun gang te laten gaan: tien jaar geleden zou men van het idee raar opgekeken hebben, tegenwoordig is het een dagelijkse realiteit. Omgekeerd is er een gelijkaardige beweging: beginnende bedrijven werken graag samen met multinationals om aan innovatie te doen. 

Schaalgrootte versus agility

Vanuit het standpunt van de grote bedrijven laat zich dit niet zo moeilijk verklaren: de stroom aan nieuwe ontwikkelingen die vandaag op hen afkomt, is onophoudelijk Dat brengt heel wat opportuniteiten met zich mee, maar veel bedrijven zijn gewoon te groot om daar snel en adequaat op in te spelen. “Ze zijn meestal zo gestructureerd dat ze compleet gefocust zijn op hun huidige business en te log zijn om het schip snel om te gooien”, zegt Wim De Waele. “Kleine start-ups hebben dat probleem veel minder. Bovendien is er ook nog het zogenaamde incumbent’s dilemma: als grote bedrijven zich op een nieuwe markt of technologie storten, kannibaliseert dat vaak de bestaande business. Vaak is het voor hen dus heel lastig om over te schakelen, zelfs al zouden ze wel willen.”

Krediet opbouwen dankzij samenwerking met grote namen

Maar ook voor de jonge ondernemingen zijn er wel wat voordelen te bedenken, aldus De Waele. Een grote uitdaging voor kleine bedrijven is de access to market: hoe word je snel bekend en hoe krijg je de kans om je product of dienst snel in de markt te zetten? “Veel bedrijven hebben goede ideeën, maar de echte winnaars zijn vaak de ondernemingen die er als eerste in slagen om van die ideeën een echt product te maken. Door met een groot bedrijf samen te werken, lost het probleem van de access to market zich vaak zelf op. Wat ook meespeelt is dat België een typische B2B-markt is, en in zo’n markt is het cruciaal om goede referenties te kunnen voorleggen. Als je als beginner hebt samengewerkt met pakweg BNP Paribas Fortis of Procter&Gamble, bouw je meteen veel krediet op bij prospecten. Maar zelfs als je in de B2C-markt actief bent, is zo’n samenwerking met een grote onderneming een mooie poort naar de markt. In de fintech zie je bijvoorbeeld vaak dat banken veel toegevoegde waarde creëren door start-ups een platform aan te bieden voor hun diensten. Dat is een echte win-winsituatie.”

Valkuilen en uitdagingen

Dat grote en kleine bedrijven de krachten bundelen, is vaak dus een goed idee. Maar opgelet: er zijn ook valkuilen. “De grootste uitdaging is waarschijnlijk het overbruggen van het cultuurverschil tussen een start-up en een multinational”, zegt De Waele. “Vaak zijn dat twee compleet verschillende werelden die zich niet zomaar laten verzoenen. In de bankenwereld bijvoorbeeld zijn er enorm veel regels rond security en compliance, wat voor start-ups vaak onbekend terrein is.”

Aandachtspunten voor een vruchtbare samenwerking

Dikwijls is het ook zo dat het project van de start-up maar een beperkte impact heeft op de core business van het grote bedrijf, zeker in het begin. “Je moet er als kleinste van de twee partijen dus goed op letten dat je regelmatig de aandacht blijft krijgen die je verdient, zodat je niet gemarginaliseerd raakt. Een goede samenwerking draait rond veel meer dan enkel de technologie. Het is zaak om vanaf dag een te vertrekken vanuit de logica van de business en goed na te denken over je rol, over hoe je je ideeën kunt verspreiden en wat je toegevoegde waarde is.”

Toegang verkrijgen tot de hoogste niveau’s

Blijft nog de vraag: hoe kom je als kleine starter in contact met de leidinggevenden van een groot bedrijf, bij voorkeur de C-levels (CEO, COO, CFO...) ? “Voor een start-up is dat inderdaad absoluut niet evident”, zegt Wim De Waele. “Ecosystemen als B-Hive maar ook andere incubators proberen dat proces te faciliteren en ervoor te zorgen dat de bedrijven elkaar leren kennen. Met B-Hive zitten we vooral in de fintechsector, maar we zijn bijvoorbeeld ook aan het uitbreiden naar de FMCG-branche (fast moving consumer goods). Dat is een vrij conservatieve markt, maar toch zie je ook daar vanalles bewegen.”

Geslaagde samenwerkingen

Om af te sluiten: kan Wim nog enkele geslaagde voorbeelden geven van start-ups en grote bedrijven die tot een vruchtbare samenwerking zijn gekomen? “Ik denk meteen aan Contract-Fit. Hun business: contracten voor de financiële markt laten nalezen met behulp van Artificiële Intelligentie, wat meestal een stuk nauwkeuriger en sneller is dan menselijk nazicht. Ze zijn nauwelijks twee jaar bezig en hebben op heel korte tijd al heel wat referenties onder banken en verzekeraars binnengehaald. Een tweede mooie case is Rombit, een Antwerpse start-up die in Internet of Things-toepassingen is gespecialiseerd. Ook zij groeien zeer snel en hebben bijvoorbeeld samenwerkingen lopen met verschillende havenbedrijven. Zulke samenwerkingen tonen mooi aan dat open innovatie en samenwerking tegenwoordig veel efficiënter zijn dan op je eentje het warme water te proberen uitvinden.”

Wim De Waele

Wim De Waele behaalde zijn diploma’s Economie en Computerwetenschappen in 1987 aan de Universiteit Gent. Hij startte als wetenschappelijk onderzoeker op het domein van artificiële intelligentie om daarna aan de slag te gaan bij bedrijven als Siemens, Numetrix en i2Technologies. In 2001 werd hij CTO van Real Software, drie jaar later startte hij als CEO van iMinds. In 2015 richtte hij, samen met Jurgen Ingels (ex-Clear2Pay), het fintech ecosysteem Eggsplore op. Die veranderde één jaar later zijn naam in B-Hive na toetreding in het kapitaal van een aantal belangrijke financiële actoren.