Afval bestaat niet meer. Recyclage wordt meer en meer de norm, ook in de bouwsector. Gebruikte bouwmaterialen worden niet langer weggegooid, maar hergebruikt in nieuwe projecten. Of toch als het van RotorDC afhangt, de Brusselse pionier op dit gebied die eerder al onder andere delen van het Antwerpse Stadhuis demonteerde. Medewerker Maarten Gielen doet uit de doeken hoe ze te werk gaan en welke moeilijkheden ze op hun weg overwonnen hebben.

Recyclagemateriaal: de opportuniteiten

We merkten enkele jaren geleden dat er bij de renovatie of afbraak van gebouwen vaak nog veel bouwmateriaal weggegooid wordt. Neem nu een gemiddeld kantoorgebouw dat verhuurd wordt. Bij het aflopen van het huurcontract, wat meestal na vijf of tien jaar is, wordt alle afwerking, zoals armaturen, valse plafonds  en zelfs binnengevels, verwijderd en weggegooid. Vaak blijven alleen de gevels over. Nochtans is dit materiaal paradoxaal zo ontworpen dat het 20 tot 25 jaar kan meegaan en hergebruikt kan worden.

Een ander frappant cijfer: het Brusselse Gewest exporteert jaarlijks 600.000 ton bouwafval en importeert 750.000 ton bouwmaterialen. Wij proberen de brug te maken tussen deze twee materiaalstromen, door bijvoorbeeld in oude gebouwen alle nog bruikbare houten vloerbekleding te demonteren en deze terug in omloop te brengen in de bouweconomie. Want het is onmogelijk dat die 600.000 ton volledig onbruikbaar is.


Opstarten: het verhaal van de kip en het ei

Hoewel er dus duidelijk mogelijkheden liggen, was een markt voor recyclagemateriaal vinden niet eenvoudig. Het is ongeveer hetzelfde verhaal als dat van de kip en het ei: omdat we pioniers zijn, weten veel architecten niet dat er zo’n groot aanbod aan gerecycleerd materiaal is. En omdat veel architecten dat niet weten, missen we nog veel orders en groeit de markt traag. Het komt er dus op aan onze bekendheid verder te vergroten en de bouwwereld bewust te maken van de mogelijkheden van recyclagemateriaal.

Lange tijdspanne tussen afbraak en recyclage

Een van de grootste uitdagingen die we hebben, is de tijdspanne tussen de afbraak van het oude gebouw en het gebruik van het materiaal op een nieuwe werf overbruggen. Vaak zit hier een jaar of langer tussen. Dat heeft enkele verregaande gevolgen. Eerst en vooral moeten we het materiaal tijdens deze periode kunnen stockeren, iets wat logistiek niet altijd eenvoudig is. Daarom werken we vaak met mensen met een achtergrond in stockage.

Daarnaast duurt het soms lang voor we een return krijgen op onze investering, want de ontmanteling van een gebouw is financieel een grote uitdaging. Pas wanneer het gerecycleerde materiaal opnieuw in gebruik wordt genomen, verdienen we onze investering terug. Daarom diversifiëren we door ook consulting aan te bieden. Zo zijn we minder afhankelijk van deze grote projecten en hebben we een constantere stroom aan inkomsten.

Binnenwanden of keramische tegels worden daarentegen zo courant gebruikt en hergebruikt dat we hiervan een continue stroom hebben. Als je je flexibel opstelt, zijn er heel wat mogelijkheden.  Als wij bijvoorbeeld veel panelen van 2,05 meter op voorraad hebben en de klant akkoord gaat met een vergaderruimte van 4,10 meter op 4,10 meter in plaats van de voorziene 4x4 meter, kan die vaak koopjes doen!

Dure, arbeidsintensieve sector

In België is arbeid een grote uitgavepost, veel groter dan materiaal, dat in verhouding veel goedkoper is. En onze sector is juist een heel arbeidsintensieve sector. Afbraakwerken, en vooral het schoonmaken van bouwmaterialen zoals het verwijderen van cement van stenen en tegels, vraagt veel werkuren. 

Daarom hopen we enerzijds op een taxshift die arbeid minder zal belasten dan nu het geval is. Maar anderzijds doen we ook zelf inspanningen. We proberen namelijk steeds onze processen te optimaliseren. Of het nu gaat om het ontsmetten van gebruikte gootstenen of het demonteren van muurpanelen voor binnenmuren: we proberen altijd de meest efficiënte procedures te implementeren.

We doen vaak beroep op andere bedrijven, zodat we geen apart circuit creëren voor recyclagemateriaal maar dat het een integraal deel wordt van de bouwsector. Een houtzagerij kan bijvoorbeeld ook herbruikbare houten vloeren in een andere maat zagen in de plaats van boomstammen om te vormen tot bouwmateriaal.

We willen een pionier zijn op het gebied van processen en best practices, en zo een mentaliteitswijziging bekomen. Want wat veel mensen als afval zien, is het niet noodzakelijk. Het ecologische aspect heeft dus een grote waarde voor ons.

Maarten Gielen

Maarten Gielen startte in 2014 samen met enkele andere gelijkgestemde geesten de coöperatieve vennootschap Rotor Deconstruction op, een bedrijf dat gebouwen afbreekt en bouwmaterialen hergebruikt. Daarnaast doet hij ook aan consulting bij afbraak-  en renovatiewerken.