Als u producten in een winkelrek ziet liggen, is daar al een heel traject aan voorafgegaan: van idee over prototype tot afgewerkt product. Hoe kunt u die cyclus versnellen en, nog belangrijker, hoe bent u zeker dat er ook een markt is voor uw idee? Tim Rootsaert, Business Development Manager bij IMEC, legt uit hoe zij ondernemingen hierbij helpen. 

Het traditionele proces om uw product op de markt te brengen herzien

Time to market is een term die slaat op de duurtijd om een product te ontwikkelen en, zoals de naam doet vermoeden, ter beschikking te stellen van de uiteindelijke gebruikers. Zeker in markten die continu innoveren en waar producten een korte levensduur hebben (bijvoorbeeld consumentenelektronica) is dit belangrijk, want hoe langer het duurt om een product in de handen van de eindgebruikers te krijgen, hoe meer potentiële omzet verloren gaat. Door producten heel snel te introduceren, kunt u bovendien de concurrentie het nakijken geven.

 

“Het traditionele parcours van productintroducties was vroeger een lineair proces: eerst stelde u een business case op, waarbij de afdeling 'onderzoek en ontwikkeling' verantwoordelijk was voor de ontwikkeling en via marktonderzoek het potentieel van het product ingeschat werd”, zegt Tim Rootsaert. “Het gevolg was dat de overgrote meerderheid van de innovaties faalde, omdat men iets maakte waar totaal geen behoefte aan was, en enkel ontwikkelde vanuit het eigen kunnen.” Voorbeelden zijn er bij de vleet: van de New Coke van Coca-Cola over de Minidisc van Sony tot het sociale netwerk Google+. 

Een andere aanpak voor marktonderzoek

“Veel marktonderzoek begon met de vraag ‘Waar heeft u nood aan/zou u dit gebruiken?’, en dat is nu net iets wat u niet rechtstreeks kunt vragen aan consumenten bij het creëren van innovaties. Tussen wat mensen zeggen en wat ze doen, zit meestal een groot verschil. Bovendien was er vaak geen dieper begrip van die consumenten en hun attitude. Daarom is het belangrijk specifieke technieken toe te passen die u toelaten om verder te gaan om uw innovatie vorm te geven. Stel dat u in 1982 aan mensen had gevraagd had of ze video’s wilden bekijken op hun telefoon: het antwoord zou wellicht “neen” of “misschien” geweest zijn, maar vandaag kennen we allemaal iemand die dat doet.”

Deze methode noemt Rootsaert ‘onderzoek voor de gebruikers’. Maar er is tegenwoordig ook onderzoek door de gebruikers zelf. “Dat zijn dan bijvoorbeeld hackathons of crowdsourcing-acties. Vaak komen daar leuke en zeer creatieve dingen uit, die hoofdzakelijk boeiend zijn om brede ideeën op te doen of voor HR-redenen, om interessante mensen op te sporen, maar niet voor het creëren van concrete innovaties.” 

Innoveren met de gebruikers

IMEC doet aan innovatie mét de gebruikers in een Living Lab-model. “Hiermee komen we op het terrein van user centered design”, legt Rootsaert uit. “Het gaat over een diep aanvoelen van de gebruiker, zijn noden en zijn omgeving en hoe hij bij het ontwerp betrokken kan worden. De grote uitdaging daarbij is een goed begrip van de methodologie en de tools die u inzet, want hier komen verschillende disciplines bij elkaar. Het gaat een stukje over psychologie, sociologie, techniek, gebruikersonderzoek… Het is dus multidisciplinair. En dat gaat aan veel ondernemingen voorbij. Daarbij kunnen wij hen helpen.”

 

Het is bij dit soort aanpak belangrijk om tijdens het innovatieproces ook het businessmodel mee in vraag te stellen en de interne stakeholders te betrekken, zegt Rootsaert, bijvoorbeeld de marketingafdeling. “Uiteindelijk zijn zij ook gebruikers. Nauw samenwerken met die heterogene groep stakeholders en alle behoeften en ideeën bundelen tot een innovatie die voor ieder wat wils omvat: dát is user centered of bottom up innovatie.” 

Blijft natuurlijk de vraag: is dit allemaal niet te omslachtig, en kunt u deze vragen bijvoorbeeld niet aan consultants voorleggen? Door hen te betalen, bent u er meteen vanaf. “Nee” zegt Rootsaert, “die professionals beantwoorden slechts een deel van de vragen op basis van hun ervaringen, maar de sleutel ligt net in het van A to Z betrekken van verschillende types gebruikers en stakeholders in het innovatieproces. Door met één partij te werken, houdt u minder rekening met de huidige en snel evoluerende context waarin de innovatie zal terechtkomen. Ook de onderliggende noden van de gebruiker én de achterliggende strategie van het bedrijf verdwijnen naar de achtergrond.”

 

Hoe dat concreet in z’n werk gaat, leggen we uit in deel 2 van dit artikel. 

Bijdrage:

Tim Rootsaert

Tim Rootsaert studeerde aan Sint-Lucas en was in 1999 medeoprichter van Scenter, een creatief digitaal collectief rond muziek, graphics en urban vibes. Nadien werkte hij onder meer bij de startup Tagger.fm en bij Urgent.fm, waar hij de crossmediale kruisbestuivingen opzette. In 2010 ging hij aan de slag bij De Mediatuin, een living lab initiatief van REC Radiocentrum om crossmediale formats te ontwikkelen. In 2012 verkaste hij naar iMinds om business opportuniteiten te ontwikkelen voor de living labs. Na de fusie met IMEC in 2016 werd Tim Business Development manager voor de Innovation Services.

Verzend