Film- en tv-makers, vastgoedmakelaars en studiebureaus hebben de mogelijkheden van de drone al veel langer ontdekt. Maar er zijn nog sectoren die deze onbemande vliegtuigjes goed in de gaten houden. Landbouwers bijvoorbeeld. Welke mogelijkheden bieden drones voor fruit- en groentetelers, en wat zijn de uitdagingen bij het inzetten ervan? Dany Bylemans, directeur van het Proefcentrum Fruitteelt in Sint-Truiden, legt uit.

Opvolging en monitoring vanaf afstand

Dat landbouwers veel interesse hebben in drones, hoeft niet te verbazen: de toestelletjes bieden heel wat mogelijkheden die voor de sector erg interessant zijn. “Vooral het snel, regelmatig en efficiënt in de gaten houden van de planten wordt met drones een stuk gemakkelijker”, zegt Bylemans. “Ik denk bijvoorbeeld aan het monitoren van ziekten en plagen, het inschatten van opbrengsten en het opvolgen van stress en van de groei. Het opvolgen van droogtestress is bijvoorbeeld een typische toepassing die drones voor hun rekening zouden kunnen nemen. Dat zit zo: bepaalde sensoren kunnen het effect van watertekort vroeger detecteren dan het menselijk oog. Het is belangrijk om daar snel bij te zijn, want als je droogtestress kunt zien, is het eigenlijk al te laat en heb je al een stukje opbrengstderving.”

Hoge kostprijs en technische moeilijkheden

Het daadwerkelijke gebruik van de toestellen staat voorlopig nog op een laag pitje. “Er zijn namelijk nog wat hindernissen”, zegt Bylemans. “Een eerste is de kostprijs. Onze percelen zijn vaak te klein om ze op een economisch zinvolle manier door drones te laten onderzoeken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar boeren soms percelen van honderden hectaren hebben. We kunnen dat oplossen door de kosten over verschillende aangrenzende gebieden of clusters te delen. Maar dat overleg staat nog in de kinderschoenen.” 

En dan zijn er nog twee hinderpalen van technische aard. “De meetapparatuur waarmee de drones uitgerust zijn, zijn nog niet verfijnd genoeg”, legt Bylemans uit. “Ze zien nu al of een boom bijvoorbeeld stress heeft, maar naar de oorzaak of de remedie blijft het vaak gissen. Technisch gezegd: de sensoren kunnen al over een veel breder spectrum van golflengtes werken, maar het is nog niet altijd duidelijk welke golflengtes (of combinaties ervan) specifiek zijn voor een bepaalde stressoorzaak (ziekte, voedingstekort,…)."

 

"Ook moet de verwerking van de gegevens die de drone verzamelt, veel sneller gebeuren. Als u wilt weten hoe uw planten eraan toe zijn, moet alle informatie over de bodem en andere gewassen eruit gefilterd worden. Nu is dat nog een manueel proces dat soms weken duurt. Zo hollen we natuurlijk achter de feiten aan. Op dat vlak verwacht ik veel van automatisatie, waar momenteel snel vooruitgang geboekt wordt.”

Te strenge wetgeving

Als laatste uitdaging is er de wetgever. Die is behoorlijk streng wat betreft drones. Bylemans: “De wet zegt dat een drone maar op een bepaalde, geringe hoogte mag vliegen, dit om het luchtverkeer niet te hinderen. Dat is begrijpelijk, maar zo verlies je natuurlijk veel capaciteit. Bovendien moet je als piloot voortdurend je drone kunnen zien. Op zeer grote of heuvelachtige velden is dat soms niet evident. Hier zou de wetgever dus een inspanning moeten doen. Zo zou het mogelijk moeten worden om drones volledig autonoom te laten vliegen. Je kunt ze zo programmeren dat ze elke week een bepaald traject vliegen, zelfs zonder dat er een piloot aan te pas komt. Technisch is dat perfect mogelijk, maar het mag niet.”

Voor heel eenvoudige toepassingen, waarbij zeer gesofisticeerde sensoren of dataverwerking niet nodig zijn, zijn de toepassingsmogelijkheden vandaag al realistischer, zegt Bylemans. Bijvoorbeeld voor het bemonsteren van de bietenopkomst. “Voor boeren is het belangrijk om te beslissen: zal de opkomst groot genoeg zijn of moeten we opnieuw inzaaien? Omdat de technologie nog volop in ontwikkeling is, is dat berekenen voorlopig wel nog een heel kostelijke zaak: reken op honderden euro’s per hectare. Pas als je grote oppervlaktes in een keer kunt scannen, kun je de prijs drukken. De percelen in Vlaanderen zijn daarvoor te klein en versnipperd.”

Evolutie in de nabije toekomst

Die obstakels, zowel op het vlak van technologie als kostprijs, zouden mettertijd minder groot moeten worden. Als de camerasensoren nog verbeteren, de dataverwerking sneller gaat, de wet meewil en boeren zich gaan verenigen om hun percelen in groep te laten scannen, kan de prijs voor bemonstering tot enkele tientallen euro’s per hectare dalen, voorspelt Bylemans. “Ik denk dat we nog drie tot vijf jaar moeten wachten voordat het zo ver is. Maar eens we op dat punt zijn, kan het heel snel gaan.”

Dany Bylemans

Dany Bylemans is algemeen directeur van het Proefcentrum voor Fruitteelt (www.pcfruit.be), een private vzw die actief is in voorlichting van fruittelers, demonstratie en toegepast wetenschappelijk onderzoek, en ook CRO-partner (Contract Research Organisation) is voor bedrijven, van kmo’s tot multinationals. Hij is ook professor aan de KU Leuven, waar hij over gewasbescherming (co)doceert.