Drones worden steeds populairder, zowel voor recreatief als voor zakelijk gebruik. Dat geldt zeker ook voor België, want in ons land gaan er elke maand meer dan 1.000 drones over de toonbank. Tegelijk stijgt ook het aantal boetes voor onwettig gebruik. Hoe komt dat? Een van de oorzaken is zonder twijfel een gebrek aan kennis van de wetgeving rond deze nieuwe technologie. Clivio Tappi, specialist luchtruim en satelliettechnologieën, schetst het juridisch kader voor het gebruik van drones en de nieuwe wetgeving die in de Europese Unie op stapel staat.

De huidige dronewetgeving in België

Velen aanzien drones nog steeds als een soort speelgoed, maar het gebruik ervan is wel wettelijk gereglementeerd. De overheid moet toezien op de veiligheid van de gebruikers, de personen en voorwerpen op de grond en de andere toestellen in het luchtruim. Bovendien moet ze waken over de privacy van haar burgers.

In België bestaat sinds 2016 een koninklijk besluit over het gebruik van drones. Het bepaalt de verplichtingen van de gebruiker op basis van de categorie waartoe de drone behoort: klasse 1 (a of b), klasse 2 of vrijetijdsgebruik. De classificatie hang af “van het gewicht van de drone en waar u hem wilt gebruiken,” zegt de FOD Mobiliteit.

De FOD heeft ook een schema gepubliceerd op Mobilit Belgium met de eisen waaraan de gebruiker moet voldoen, afhankelijk van het type drone dat hij gebruikt.

Drones NL

Sinds kort hebben de FOD Mobiliteit en Vervoer (of DGLV) en Belgocontrol ook een website gecreëerd. Zowel particulieren als professionals vinden er alle informatie over het gebruik van drones en een interactieve kaart van het luchtruim. Binnenkort volgt ook een mobiele applicatie met geolokalisatie.

Gelijke regels en hulpmiddelen voor iedereen in Europa

Momenteel heeft elk land een eigen dronereglementering. Toch beland je met een drone sneller dan je denkt in het luchtruim van een buurland, waar andere regels gelden. Dronegebruikers moeten dus goed opletten, want als ze de wet in het buurland overtreden, riskeren ze een boete. Binnenkort komt daar gelukkig verandering in. Tappi legt uit hoe Europa de wetgeving wil harmoniseren: “De EU werkt sinds 2014-2015 samen met het EASA (European Aviation Safety Agency) aan een dronewetgeving. Er ligt een voorstel  van Europese reglementering op tafel voor goedkeuring door de EU. Tegen eind 2018 zou dat moeten leiden tot een Europese norm die voor alle lidstaten geldt”. De instellingen zullen die reglementering aanvullen met handleidingen, een checklist met conformiteitspunten, modelformulieren en andere officiële documenten om te downloaden.

De basisprincipes van de nieuwe reglementering

Gebruikers moeten eerst bepalen voor welk soort activiteit ze hun drone willen gebruiken. Zo weten ze welk type drone ze moeten aanschaffen en welke risico’s ze lopen bij het gebruik ervan. De EU verdeelt drones namelijk in 3 categorieën, van minder tot meer risicovol: open, specific en certified. Voor elke categorie gelden bepaalde normen en vergunningen.

Voor gebruik met het grootste risico zal een risico-evaluatie bepalen aan welke eisen gebruikers moeten voldoen voor ze met hun drone mogen werken. Afhankelijk van het resultaat, moet de eigenaar van de drone beschikken over:

  • Officiële vergunningen;
  • Certificeringen;
  • Licenties;
  • De juiste opleiding voor het besturen van een drone.


Tappi geeft een voorbeeld: “Stel, u bent fotograaf, u gaat foto’s nemen van de Nationale feestdag en met uw drone over de koninklijke familie en andere notabelen vliegen. Dan heeft u een bepaald soort drone nodig en de vereiste vergunningen voor dit type apparaat en dit soort risico. Een landmeter die zijn drone gebruikt om een terrein op te meten in een gebied waar nauwelijks mensen komen, zal niet hetzelfde type drone nodig hebben en hoeft niet aan dezelfde verplichtingen te voldoen”.

Wat met de administratie en de kosten?

Iedereen, zowel nieuwe als doorgewinterde gebruikers, heeft een verzekering nodig. Dat zal niet veranderen eens de Europese reglementering van kracht wordt. Vanaf dat moment kan een ondernemer die de bovenvermelde risicoanalyse al heeft gemaakt trouwens een dossier samenstellen voor zijn verzekeraar. Hij krijgt dan een juistere dekking, die precies is afgestemd op wat hij nodig heeft.

Ook op het vlak van de investering verandert er niets. De belangrijkste kosten zijn de vergunning, de opleiding en de aankoop van de cursussen. Europa is niet bevoegd voor de prijzen, de landen zullen die dus zelf bepalen.

Wie al een drone heeft, moet controleren of zijn huidige vergunning nog geldig is en eventueel maatregelen nemen.

Geen beperkingen maar opportuniteiten voor zakelijk gebruik

Voor Tappi is deze nieuwe reglementering die de ‘dronecultuur’ bevordert alleen maar positief: “De reacties zijn typisch voor elke verandering. Toen de examens voor het rijbewijs werden aangepast, zagen we hetzelfde: mensen panikeerden omdat ze bang waren dat de verandering problemen zou geven of alles ingewikkelder zou maken. In de realiteit zal de reglementering in diverse opzichten een reële opportuniteit zijn dankzij: 

  • vereenvoudiging: iedereen zal met zekerheid weten wat mag en wat niet mag en dat zal overal in Europa hetzelfde zijn, niet meer enkel in ons Belgisch luchtruim van 31.000 km2;

  • professionalisering van onze activiteiten: we zullen het materiaal coherenter gebruiken en de drone kiezen die past bij onze kernactiviteit;

  • nieuwe markten om te veroveren en een kans om onze concurrentiekracht te verhogen: de nieuwe wetgeving biedt reële zakelijke opportuniteiten. Voor gebruikers is het een kans om te diversifiëren of hun beroep anders uit te oefenen door een drone te gebruiken. Voor de fabrikanten kan het CE-label een middel zijn om zich van de concurrenten te onderscheiden. Een nieuwkomer die drones gaat bouwen of verkopen die aan de Europese normen voldoen, zal sterker staan dan een groot bedrijf zonder CE-label. De Chinezen hebben momenteel 70% marktaandeel in de dronemarkt, de overige 30% is in handen van Europeanen. Onze kmo’s kunnen die trend omkeren, op voorwaarde dat ze aan de regelgeving voldoen. Studies van PWC en de EU hebben aangetoond dat deze markt miljarden euro’s kan opbrengen”.

Clivio Tappi

Clivio Tappi is Head of New Pogrammes Development bij Vitrociset Belgium, een bedrijf dat actief is in consultancy en operationeel onderhoud van grond- en satellietinfrastructuur. Het bedrijf werkt onder meer mee aan het Galileo gps-systeem. Clivio Trappi is vliegtuigbouwkundig ingenieur en heeft bijna 20 jaar ervaring als business developer in diverse dochterondernemingen van de groep Vitrociset. Hij speelde ook een sleutelrol in de samenwerking tussen het Europese ruimtevaartbureau (ESA) en het station van Redu-Transinne in Andenne, België.