Om de balans op te maken van de huidige sociaaleconomische context, sprak Bizcover met de gesprekspartner bij uitstek: Willy Borsus, minister van Middenstand, Zelfstandigen, Kmo’s, Landbouw en Maatschappelijke integratie. Doelstelling: maatregelen bepalen om ons sociaaleconomisch weefsel te herstellen.

De bouwsector en 'sociale dumping'

Jaarlijks gaan 10.000 banen verloren door sociale dumping. Het gaat daarbij niet alleen om de bouwsector, maar ook om beroepen die hierbij aanleunen of ermee verband houden, bijvoorbeeld in de transport-, schoonmaak- en bewakingssector. Daarom zetten wij ons ervoor in om werkgelegenheid te creëren, het concurrentievermogen van bedrijven te herstellen en tegelijk aanwervingen in kmo’s en bij zelfstandigen te vereenvoudigen. Het vrije verkeer van werknemers wordt uiteraard niet op de helling gezet. We moeten onze toevlucht zoeken tot wetswijzigingen en zelfs sancties opleggen in de strijd tegen dit groot probleem in ons land. Een van de besluiten inzake de wetswijziging voor openbare aanbestedingen is dat we in de toekomst aanbestedingen kunnen gunnen op basis van de economisch voordeligste offerte en niet alleen op basis van de beste prijs. Bij het gunnen van openbare aanbestedingen zullen ook de sociaaleconomische gevolgen in aanmerking worden genomen. De verticale keten onderaannemers wordt beperkt tot maximaal twee en er worden 96 extra controleurs aangeworven, die zich uitsluitend met sociale dumping zullen bezighouden. Wij doen dus een beroep op alle niveaus: wetswijziging, controles en extra personeel. In België zijn we de strijd aangegaan met sociale dumping en we moeten het gevecht winnen.

Wat met de landbouw- of horecasector?

In de landbouwsector worden we geconfronteerd met een prijsdaling, zowel in de veeteelt als in de teelt van voedingsgewassen. We moeten dan ook ons model laten evolueren. We overwegen een instantie als vangnet op Europees niveau: om een toekomst te hebben, moet het inkomen ten minste voorspelbaar zijn. Men moet bijvoorbeeld op het aanbod kunnen anticiperen als men weet dat er overproductie dreigt en evenmin aarzelen om gerichte maatregelen te treffen om de productie te beperken. De markt moet ten dienste staan van de reële economie, en dus ten dienste van de betrokkenen erin, zeker in de landbouwsector – en uiteraard niet omgekeerd. 

De horeca ondervindt vooral in Brussel de gevolgen van de aanslagen: sommige restaurants en hotels kenden een halvering van hun bezoekersaantal. De invoering van de witte kassa zorgde voor officiële inkomsten in een groot deel van de horeca, er werden ook nieuwe maatregelen genomen. Overuren (7,5 uur/week) zijn bijvoorbeeld volledig vrijgesteld van belasting en lasten – zowel voor arbeiders als voor bedienden. We hebben dus gestreefd naar meer transparantie door vernieuwende maatregelen te nemen, waardoor wij de personeelskosten voor onze rekening nemen en zo deze ondernemers helpen om het werk weer op te pakken.

De kracht van de kleintjes

Een groot deel van onze economische levensvatbaarheid, maar evenzeer van onze toekomstperspectieven, is in handen van kmo’s en zelfstandigen. Dat bewijzen de cijfers: 99% private bedrijven in België valt onder de noemer ‘kmo’; op het vlak van werkgelegenheid zijn zij goed voor iets meer dan 53% van de jobs. 47% van de private banen daarentegen bevindt zich in het resterende 1% van de grote ondernemingen. Een deel van de activiteiten van kmo’s hangt bovendien nauw samen met zulke grote ondernemingen. Deze cijfers moeten we nuanceren: we hebben weliswaar behoefte aan deze grote firma's – zowel in Wallonië als in Vlaanderen zijn er juweeltjes bij – maar ook aan deze buitengewone kweekvijver van kmo’s en zelfstandigen. Als in het ondernemerswoud een grote boom valt, gaat dat gepaard met veel lawaai, terwijl de kmo’s hun groei voortzetten en andere bijna in stilte het daglicht zien. Dit jaar tellen we maar liefst 100.000 starters in België. Om hen in hun ontwikkeling te ondersteunen, zijn maatregelen getroffen, bijvoorbeeld voor de aanwerving, de investeringsaftrek, de tax shift,... Het ontbreekt deze kmo’s niet aan potentieel: dat ligt in hun vermogen om om te groeien en werkgelegenheid te behouden. Vaak zijn zij soepeler, beter aangepast aan veranderingen, maar ook aan vernieuwingen.

Welke sectoren hebben het meeste potentieel?

Ieders potentieel schuilt erin onze aandacht voor de ons omringende wereld nooit te laten verslappen
Bio en buurtwinkels zijn veelbelovend. Goede vooruitzichten zijn er eveneens voor de verwerking van onze voedings- en niet-voedingsmiddelen, voor de gezondheidssector, de farmaceutische industrie en alles wat verband houdt met biowetenschappen en biotechnologie. 'Innovatie' staat niet meer alleen synoniem voor 'nieuwe technologieën'. Innovatie is ook aanwezig in traditionele sectoren die zichzelf in vraag durven stellen, bijvoorbeeld door nieuwe procedures, een nieuwe manier van werken (NWoW) of door open te staan voor het 'e'-tijdperk (e-commerce, e-marketing...). 

Welke raad moet u accepteren en welke moet u negeren?

Een goed idee leidt helaas niet altijd tot een goed project of een zelfstandige activiteit. Na vijf jaar blijven zeven op de tien projecten bestaan. Om te vermijden dat u bij die drie mislukte projecten hoort, aarzelt u best niet om u te laten begeleiden en informeren over de juridische, financiële en administratieve feiten. Luisteren en vragen stellen zijn nooit verloren tijd. Weiger echter om te luisteren naar diegenen, die enthousiasme of creativiteit willen beteugelen. Dat kan een obstakel vormen voor hen, die echt eigen mogelijkheden hebben. Er zijn veel ondernemers – en niet alleen jongeren – met potentieel.

Bijdrage:

Willy Borsus

Willy Borsus is federaal minister van Middenstand, Zelfstandigen, Kmo’s, Landbouw en Maatschappelijke integratie.

Verzend