Met de voortdurend stijgende prijzen voor energie is energie-efficiëntie een must geworden voor elke onderneming. Maar niet alleen uw portefeuille vaart er wel bij, ook voor het milieu is dit een goede zaak. Zolang u het maar rationeel aanpakt, zegt milieueconoom Steven Van Passel. 

Sinds een tiental jaren staat het thema energiebesparing steeds hoger op de agenda van Belgische ondernemingen. De kostprijs van gas, stroom en olie begint immers steeds zwaarder door te wegen. “Voor zeer energie-intensieve bedrijven in bijvoorbeeld de metaalnijverheid of de petrochemie is dat uiteraard een thema dat al veel langer mee gaat”, zegt professor Steven Van Passel. “Voor andere ondernemingen is de interesse recenter. Zij hadden er immers vaak minder belangstelling voor omdat het hen minder raakte, waardoor ze er ook minder kennis over hadden.”

Voorzichtig blijven

Professor Van Passel is het eens met de stelling dat energiebesparende maatregelen een goede zaak zijn voor bedrijven. Al moet men ook voorzichtig blijven. “U moet ervoor zorgen dat de slinger niet te ver doorslaat. U moet niet over-investeren, maar telkens het optimum zoeken in energie-efficiëntie. In het begrip “rationeel energieverbruik”, mag u het stukje “rationeel” zeker niet uit het oog verliezen. Dat optimum schuift uiteraard telkens wel een beetje op, onder impuls van de technologische vooruitgang.” 

Volgens Van Passel moet voor elke maatregel goed nagegaan worden wat hij opbrengt. “Stel dat u slimme thermometers installeert (die de gewoontes van hun gebruikers proberen “aan te leren” en zo energie proberen te besparen) en die brengen 20 euro per jaar op… dan zal uw investering niet renderen, want zo’n thermometer zal waarschijnlijk maar tien jaar meegaan. Dat gezegd zijnde: er zijn natuurlijk ook wel opbrengsten die moeilijker te meten zijn, het toegenomen comfort bijvoorbeeld. En niet te vergeten: het prestige dat het meebrengt voor uw bedrijf. Maar dan bent u meer met marketing bezig dan met energie.” 

Rebound-effect

Nog iets waarvoor Van Passel waarschuwt, is het “rebound-effect”: “U ziet heel vaak dat bedrijven gaan isoleren en dat men dan plots nonchalant wordt en de verwarming maar laat open staan. Dan vervliegt de winst natuurlijk heel snel. Of dat men zijn emissie terugdringt, maar tegelijkertijd de productie verhoogt. Het netto-effect is dan helemaal weg.” 

Als een bedrijf dan toch tot maatregelen overgaat, is het belangrijk het paard niet achter de wagen te spannen. “Zonnepanelen installeren op een gebouw dat niet geïsoleerd is of waar men nog elektrisch verwarmd of dat slechts enkel glas heeft, is natuurlijk geen goed idee. Pak eerst de basics aan en ga dan verder. Isolatie is dan een quick win. Ook een WKK (warmtekrachtkoppeling) kan een heel verschil maken, door zijn hoog rendement en energie-efficiëntie, zeker bij bedrijven die zowel stroom als warmte vragen.”

Subsidies

In ons land zijn er heel wat subsidies voorzien voor ondernemingen die hun energie-efficiëntie willen verhogen. Er zijn premies op federaal niveau, op gewestelijk niveau en op stedelijk niveau. Ziet men door het bos de bomen nog? “Daarom is het heel belangrijk om u goed te informeren bij die overheden en ook bijvoorbeeld bij het Agentschap Ondernemen.” raadt Van Passel aan.

Steven Van Passel

Steven Van Passel is milieueconoom en als Associate Professor verbonden aan de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt. Hij is daarnaast ook Raadgever Energie, Klimaat en Landbouw op het kabinet van viceminister-president Liesbeth Homans. 

Verzend