De zekerheid van voedselvoorziening lijkt weinig mensen te storen. Toch is het een mondiale uitdaging, want de vraag naar voedsel zal tot 2050 met 60% groeien. Ondernemers in de landbouw en voedselketens zullen dus meer moeten produceren, terwijl er steeds minder land en natuurlijke hulpbronnen beschikbaar zullen zijn. Op de langere termijn zal de sector daardoor voor een duurzame voedselproductie en economische oplossing moeten zorgen. Een visie van Jan de Keyser.

Betere productiviteit

Land- en tuinbouwers zullen opbrengsten moeten vergroten, met minder gebruik van grondstoffen, land, water en meststoffen. Daarom zal de productiviteit moeten verbeteren. Dat kan enerzijds door het breder en beter toepassen van bestaande kennis en technologieën. Anderzijds kan dat ook door het stimuleren van innovaties, zoals in genetica (genomics)[1], precisielandbouw[2] en nieuwe toepassingen voor landbouwproducten[3] en de reststromen[4] daarvan. Maar meer voedsel beschikbaar hebben, is niet voldoende.

Beschikbaarheid van kwaliteit

Mensen moeten economisch en fysiek toegang tot het voedsel hebben. Wat mede bepaald wordt door het besteedbaar inkomen, voedselprijzen en de beschikbaarheid en kwaliteit van de infrastructuur. Daarvoor zijn er grote investeringen nodig voor de verbetering van transport, logistiek en distributie, zodat de consumenten daadwerkelijk toegang kunnen hebben tot betaalbaar voedsel. 

Voeding moet ook veilig en rijk zijn aan waardevolle voedingsstoffen. De kwaliteit en veiligheid van voedsel verbetert continu. Daardoor heeft de consument toegang tot gevarieerde en gebalanceerde voeding, maar ligt de druk vaak nog hoger op de boeren om beter te presenteren om aan alle normen te voldoen.

Stabiliteit, de oplossing?

Consumenten, boeren en tuinders, verwerkende bedrijven en voedselverkopers hebben allemaal baat bij voorspelbare, stabiele markten. Stabiliteit is nodig om te zorgen voor een duurzame toegang tot kwaliteitsvol en veilig voedsel. Dalingen en stijgingen in prijzen en aanbod van landbouwproducten en voedsel kunnen grote gevolgen hebben voor de voedselzekerheid. Dat leidt tot onzekerheid bij de consumenten, die een belangrijk deel van hun inkomen aan voeding besteden.

Prijs- en aanbodschommelingen kunnen daarnaast ook resulteren in belangrijke veranderingen in opbrengsten voor producenten, waardoor er nood is aan uitgestelde of suboptimale investeringsbeslissingen. Indien prijsdalingen of te hoge investeringskosten de primaire sector te moeilijk maken, bieden regionale subsidies, tegemoetkomingen bij overnames of assistentie van de banken een mogelijke oplossing.

Wanneer bedrijven uit de landbouwsector zich verder ontwikkelen dankzij een verbeterd productieproces en investeringen in de infrastructuur, al dan niet met de steun van de voorgenoemde alternatieve financieringsvormen, dan hebben de land- en tuinbouwers wereldwijd een toekomst.

[1] Genomics: grootschalig onderzoek naar de genen van mensen, dieren, planten en micro-organismen.

[2] Precisielandbouw: landbouwvorm waarbij planten en dieren heel nauwkeurig de behandeling krijgen die ze nodig hebben. In tegenstelling tot klassieke landbouw wordt er niet per veld, maar ongeveer per vierkante meter bepaald wat er moet gebeuren.

[3] Bijvoorbeeld het verwerken van suiker tot chemische producten, het zaaien van koolzaad voor energieproductie of het zaaien van maïs voor papierpulp

[4] Reststromen: het gedeelte van de afvalstroom van bedrijven dat overblijft nadat alle bruikbare en recyclebare afvalstromen uit de hoofdstroom zijn genomen.

Bijdrage:

Jan de Keyser

Jan de Keyser, Directeur agrarische divisie bij BNP Paribas Fortis, is, als zoon van een veevoederfabrikant, met beide voeten in de land- en tuinbouw geboren. Doorheen zijn loopbaan blijven ook meerdere van zijn projecten aan de landbouwsector gelinkt.

Verzend