Soms voldoen bankkredieten niet om aan de ambities van kmo’s (inclusief zelfstandigen en éénmanszaken) tegemoet te komen. De overheid kan echter op heel wat verschillende manieren een financieel duwtje in de rug geven. Wim Heyman van BNP Paribas Fortis legt uit hoe bedrijfsleiders kunnen genieten van subsidies, waarborgen en (co)-financiering.

Steun voor goed onderbouwde projecten

Vaak weten starters en kmo’s niet goed hoe ze hun project optimaal kunnen financieren. De overheid neemt heel wat initiatieven waardoor ze de werkgelegenheid en het economische weefsel in ons land willen verbeteren.

“Overheidssteun aan bedrijven is een België een zaak van de verschillende regio’s”, zegt Wim Heyman. “In Vlaanderen zijn de regels anders dan in Wallonië en weer anders dan in Brussel. Elke regio bepaalt zijn eigen modaliteiten. Wat wel in elke regio hetzelfde is: het uitgangspunt van een aanvraag tot steun moet een goed onderbouwd project zijn. Het gaat om publiek geld, de overheden verwachten dus dat het plan goed onderbouwd is. Een deugdelijk business plan is dus wel een minimumvereiste.”

Garantiestelling

Een eerste vorm van steun die vaak voorkomt, is de garantiestelling door de overheid. “Soms vinden banken een project wel interessant, maar is er voor hen te weinig zekerheid. In dat geval kunnen ze aankloppen bij de overheid voor een borgstelling, zodat ze, met gerust gemoed, hun krediet kunnen toekennen. In Vlaanderen zit deze bevoegdheid bij de PMV, de Participatiemaatschappij Vlaanderen. De bank neemt in deze dossiers zelf het initiatief en kan ook zelf beslissen tot een maximumbedrag van 750.000 euro. Dat wil dus zeggen dat deze dossiers niet meer voor een comité moeten komen en dat er dus heel snel beslist kan worden.”

In Wallonië is het systeem een beetje anders. “Daar is het de verantwoordelijkheid van Sowalfin en zijn dochter Socamut en ligt het plafond voor een autonome beslissing door de bank op 50.000 euro. Als de borgstelling hoger ligt, moet het aan een comité voorgesteld worden. In Brussel, ten slotte, is er nog geen systeem van automatische goedkeuring, al zijn er wel plannen om het daar ook in te voeren.”

Co-financiering

Naast borgstellingen biedt de overheid ook co-financieringen aan. “In Vlaanderen is ook dit de bevoegdheid van PMV”, legt Wim Heyman uit. “Het initiatief hiervoor kan van de bank komen, maar ondernemers kunnen ook rechtstreeks naar PMV stappen. We zien wel dat de slaagkansen hoger liggen als de bank de aanvraag doet. Puur omdat het dossier dan al een eerste horde heeft genomen en de kwaliteit al vrij hoog ligt.”

Wie de aanvraag ook doet: PMV doet pas aan co-financiering als er ook een andere financier mee in het bootje stapt, hetzij een bank, hetzij een andere, externe financier. In Wallonië aanvaardt Sowalfin trouwens alleen maar dossiers die door een bank zijn doorverwezen. Daar kan je als ondernemer dus niet rechtstreeks geholpen worden. In Brussel is dat eveneens het geval bij Finance.Brussels.

Win-win-lening

Een bijzondere vorm van co-financiering die Wim Heyman aanstipt, is de populaire Win-Win-Lening, die in het zuidelijke landsdeel de Prêt Coup de Pouce werd gedoopt. “Dat is een lening waarbij particulieren geld lenen aan zelfstandigen of kmo’s en daardoor van een bijzonder fiscaal voordeel kunnen genieten”, zegt Wim Heyman. “Het is een succesvolle formule en heel vaak zien we dat dit door starters wordt gebruikt. De ouders van de starters kunnen op die manier bijvoorbeeld een lening geven aan hun kind(eren).” 

Subsidies

Een derde grote blok van overheidssteun vormen de subsidies. “Hierbij wordt niet verwacht dat de ondernemer het geld terugbetaalt”, zegt Wim Heyman. “Hier zijn wel grote technische verschillen tussen de drie Gewesten, maar wat wel gelijkaardig is, is dat subsidies vooral gekoppeld worden aan de aard van het project. In Vlaanderen is dit de verantwoordelijkheid van VLAIO, het Vlaams Agentschap voor Innoveren en Ondernemen. Hun criterium is vooral dat het een zeer innovatief of ecologisch project moet zijn. Een garagist die gewoon een garage gaat bouwen, zal daar in regel dus geen subsidies voor kunnen krijgen. Wat precies “innovatief” of “ecologisch” is, is natuurlijk wel vaak een zeer technische discussie.” 

Er zijn trouwens ook nog bijzondere subsidies beschikbaar die zich niet puur op het investeren richten, zegt Wim Heyman, maar eerder bijvoorbeeld vorming en opleiding ondersteunen. “Dat is zo met de KMO-portefeuille, een andere zeer populaire vorm van steun in Vlaanderen. Dat gaat dan bijvoorbeeld over advies door erkende adviesbureaus dat gedeeltelijk wordt terugbetaald via de KMO-portefeuille. Of opleidingstrajecten voor het management of het personeel. Ook voor internationalisatie is er een budget voorzien, dat verloopt via het FIT, Flanders Investment and Trade. Het gaat dan bijvoorbeeld om financiële steun bij beurzen of prospectiereizen. Gelijkaardige initiatieven bestaan trouwens ook in Wallonië en Brussel.”

In Wallonië is het subsidiebeleid eveneens toegespitst op innovatie, maar is er ook ruimte voor algemene investeringen, zegt Wim Heyman. “Let wel, dat geldt niet voor alles en iedereen. Hele sectoren zijn sowieso bij voorbaat al uitgesloten, zoals bijvoorbeeld de kleinhandel die enkel aan particulieren verkoopt. Maar zolang je in Wallonië in een B2B-omgeving werkt, maak je dus kan op subsidies.” 

In Brussel zijn de regels nog iets soepeler, zegt Wim Heyman. “Daar kan ook de kleinhandel een aanvraag doen (pakweg een schoenwinkel of een restaurant). Bovendien hebben starters er een streepje voor: ook als hun sector uitgesloten is, maken ze kans op subsidies en de percentages liggen er hoger.”

Rompslomp

Wat de administratieve rompslomp betreft, die hangt voor een groot deel af van wat voor soort overheidssubsidie je vraagt en waar je dat doet. Wim Heyman: “Een waarborg aanvragen in Vlaanderen is een proces dat zeer snel en gemakkelijk verloopt. In Brussel is dat iets lastiger omdat je veel werk in het dossier twee keer moet doen: een keer voor de bank en een keer voor de overheid. Regelmatig vragen de overheden ook bijkomende info, wat normaal is, in tegenstelling tot de bank kennen zij de ondernemer immers niet en hebben ze er zelden rechtstreek contact mee gehad. De logica is in alle Gewesten evenwel vrij gelijkaardig: gaat het om kleine bedragen, dan is de administratie meestal beperkt. Zijn er grote bedragen mee gemoeid, dan is er vaak meer werk aan.” 

Steden en gemeenten

Niet vergeten: buiten het gewestelijke niveau valt er voor ondernemers misschien ook steun te halen op stedelijk of gemeentelijk niveau. “Dat is zeker zo”, zegt Wim Heyman, “maar dat zijn zaken die we vanuit de bank minder opvolgen, omdat dat praktisch niet haalbaar is. Meestal gaat het ook om kleinere bedragen voor heel specifieke sectoren, bijvoorbeeld de culturele sector of sport.”

Meer informatie?

Tot slot: de drie Gewesten doen ook grote inspanningen om hun steun aan ondernemers zou aanschouwelijk mogelijk voor te stellen en zo laagdrempelig mogelijk te houden. 


  • “Op de site van Vlaio bijvoorbeeld vindt een Vlaamse ondernemer al zeer veel informatie terug die hem kan helpen”, zegt Wim Heyman. 
  • “En met het gratis 0800-nummer (0800/20255) kunnen zij ook rechtstreeks ondernemers met vragen helpen. 
  • Ook Brussel en Wallonië hebben goede websites met veel informatie, dat zijn respectievelijk www.1890.be voor Wallonië en www.1819.be voor Brussel. Dat zijn trouwens meteen ook de gratis telefoonnummers waar men kan naar bellen.”

Wim Heyman

Wim Heyman

Wim Heyman is expert in subsidies en overheidssteun voor kmo's bij De Ondernemersbank van BNP Paribas Fortis. Hij is een fan van voet- en volleybal, en beoefent ook zelf tal van sporten zoals fietsen, tennissen, skiën en wandelen.